Vandaag staat in het Financieele Dagblad een interview met VZN-voorzitter Connie Maathuis over de Zelfstandigenwet. Daarin presenteert zij ons voorstel voor de verdere uitwerking van die wet. We delen vanaf nu ook hier een verkorte versie van dat voorstel, voor iedereen die mee wil lezen.

Het probleem zit in de timing
Veel opdrachtgevers zijn gestopt met de inhuur van zelfstandigen. Niet omdat er geen regels zijn, maar omdat de regels achteraf werken in plaats van vooraf. De Belastingdienst beoordeelt een werkrelatie vanaf 2025 pas nadat er al is gewerkt. Wie dan een naheffing of zelfs boetes krijgt, denkt de volgende keer wel twee keer na. Daar zit een groot deel van de huidige terughoudendheid in de markt.

Niet ‘werknemer, tenzij’, maar ‘ondernemer, want’
Het concept-wetsvoorstel van vorig jaar kijkt nog vanuit het verkeerde kader. Het vraagt namelijk wanneer is er werknemerschap? In dat frame is zelfstandigheid altijd een afgeleide. Je bent zelfstandig zolang je niet als werknemer wordt aangemerkt. Wij draaien dat om. De vraag moet namelijk zijn: wanneer is er ondernemerschap? Dus niet ‘werknemer, tenzij’ maar ‘ondernemer, want’. Een eigen vertrekpunt, met een eigen toets en een eigen rechtspositie. Voor ruim 1,2 miljoen mensen voor wie zelfstandig ondernemerschap allang de norm is scheelt dat alles.

Wat we concreet voorstellen
We stellen voor om in de Zelfstandigenwet een eigen status zelfstandige op te nemen. Wie aan de zelfstandigentoets voldoet krijgt die status voor één belastingjaar. Een opdrachtgever kan dan vooraf in het register vaststellen dat de status er is. Als de opdracht voldoet aan een aantal heldere voorwaarden, gaat de opdrachtgever voor de belasting en de premies vrijuit. Dat is wat we de safe harbour noemen.

Niet via een achterdeur toch weer de VBAR binnenhalen
In het huidige conceptvoorstel van vorig jaar zit nog een werkrelatietoets die elke werkrelatie afzonderlijk beoordeelt, met begrippen als inbedding en gezagsverhouding. Daarmee haalt de wet via een achterdeur toch weer de VBAR binnen. Het wetsvoorstel waarvan minister Aartsen niet voor niets het verduidelijkingsdeel kort na zijn aantreden heeft geschrapt. Het verfijnen van het werknemersbegrip levert geen zekerheid op, maar eindeloze rechtszaken. Een eigen vertrekpunt voor zelfstandigheid biedt die zekerheid wel.

Drie sporen voor bescherming aan de onderkant
De bescherming aan de onderkant van de markt regelen we langs drie harde sporen: het uurtariefrechtsvermoeden uit wetsvoorstel 36.783 (de ‘R’ uit VBAR), harde sectorale regels in sectoren met aangetoond misbruik en ruimte voor collectieve afspraken voor zelfstandigen in een zwakke onderhandelingspositie. Het civielrechtelijke werknemersbegrip blijft volledig overeind. Wie meent feitelijk werknemer te zijn, kan dat altijd bij de rechter laten vaststellen.

Wij staan open voor het gesprek
Met dit voorstel reiken we een werkbare uitwerking aan voor opdrachtgevers, zelfstandigen en uitvoerders. Om samen te bouwen aan heldere regelgeving voor zelfstandig ondernemers. We staan open voor het gesprek met alle betrokken partijen over de verdere uitwerking.

De uitgebreide versie hebben we eind mei aangeboden aan minister Aartsen en in juni breder gedeeld met andere ministeries en nu met de buitenwereld.

Lees de verkorte versie van ons voorstel: