De Tweede Kamer debatteert deze week over box 3. Eén groep blijft daarbij vrijwel buiten beeld: zelfstandig ondernemers die vermogen opbouwen om hun eigen risico’s op te vangen en inkomen voor later te regelen. Voor hen is vermogen namelijk niet alleen spaargeld maar ook een buffer voor periodes met minder opdrachten, voor scholing en arbeidsongeschiktheid en voor de oude dag.
Zelfstandigen hebben andere behoeften
Het pensioen dat werknemers via hun werkgever opbouwen valt buiten box 3. Zelfstandig ondernemers regelen hun voorzieningen zelf. Onderzoek van DNB wees eerder uit dat zij hun oudedagsvoorziening anders vormgeven. Ze sparen met name in de zogenoemde vierde pijler (oa aandelen, onroerend goed, spaargeld). Dat wordt wel belast in box 3 en dat doen ze omdat ze deze bestanddelen liquide kunnen maken wanneer dat nodig is.
Dat vermogen niet vastzit maar in geld kan worden omgezet, is juist voor deze doelgroep belangrijk. Mede daarom zijn wij ook tegen een verplichte pensioenregeling voor zelfstandigen. Maar dan moet de overheid zelfstandigen wél de ruimte blijven geven om zelf vermogen op te bouwen.
Waar knijpt het?
Want daar wringt de schoen voor zelfstandigen: het huidige heffingsvrije vermogen van ruim € 59.000 per persoon maakt vanaf 2028 plaats voor een vrijstelling op het behaalde rendement. In de nieuwste plannen gaat dat om € 1.000 per jaar (tegen eerder nog € 1.800 per jaar). Daardoor wordt ook een relatief bescheiden ondernemersbuffer al snel belast. De zelfstandige die doet wat de overheid van ‘m vraagt, namelijk vooruitkijken en zelf risico’s opvangen, houdt zo minder over voor later.
“Van zelfstandigen wordt gevraagd dat ze zelf hun risico’s opvangen en voor later zorgen, dat doen ze ook. Maar dan kan het niet zo zijn dat juist die buffer straks extra wordt belast. Wie verantwoordelijkheid neemt, hoort daar fiscaal niet voor in te leveren”, aldus Connie Maathuis, voorzitter VZN.
Bij eigen wet hoort eigen fiscaal kader
Morgen (donderdag 1 oktober) start de tweede internetconsultatie over de Zelfstandigenwet. Die wet moet duidelijk maken wie als zelfstandige kan werken en welke verantwoordelijkheden daarbij horen. Het is niet logisch om van zelfstandigen te verwachten dat zij hun ondernemers- en sociale risico’s zélf dragen, terwijl het vermogen waarmee ze dat doen fiscaal wordt behandeld als ‘gewoon vrij spaargeld’. Bij een eigen wettelijke positie hoort ook een passend fiscaal kader.
Trampolinerekening biedt oplossing
VZN pleit al jaren voor een trampolinerekening: een aparte en herkenbare rekening waarop een zelfstandige een bedrijfsbuffer kan opbouwen. Het geld is bestemd voor maximaal zes maanden inkomensoverbrugging, gecertificeerde scholing, de premie voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering of de oudedagsvoorziening. Dat is geen vrijblijvende spaarpot en zeker ook geen fiscale vluchtroute. Minister Aartsen kent het voorstel, want het staat in onze strategisch koersdocument ‘Ruim baan voor zelfstandigen’, dat we hem dit voorjaar aanboden.
Aandachtspunten
Wij vragen het kabinet en de Tweede Kamer daarom:
1) om het vermogen van zelfstandig ondernemers op een goed afgebakende trampolinerekening buiten box 3 te houden, én
2) de fiscale positie van zelfstandigen in de Zelfstandigenwet mee te nemen, zodat wie zelf voorzieningen opbouwt daar niet op achteruitgaat.
Als van zelfstandigen wordt verwacht dat ze verantwoordelijkheid nemen, moet hen ook de ruimte worden geven om dat te doen.
