Afgelopen week reageerden demissionair minister SZW Mariëlle Paul en demissionair staatssecretaris Financien Eugène Heijnen in een brief op de input die VZN instuurde voor het commissiedebat over zzp-beleid in de Tweede Kamer op 18 december jl. Daarin werd gesproken over de handhaving van de schijnzelfstandigheid en de gevolgen van het (niet) verlengen van de zachte landing.
Inbreng VZN
We vroegen om aandacht voor de grote onrust die sinds de hervatting van de handhaving op schijnzelfstandigheid door de Belastingdienst is ontstaan. De zogenoemde ‘zachte landing’ is in de praktijk namelijk allesbehalve zacht gebleken. Opdrachtgevers zijn door de onduidelijke regels massaal voorzichtiger geworden en verminderen of stoppen zelfs de inhuur van zzp’ers. We riepen op de brede handhaving te stoppen en die in 2026 te richten op de échte probleemgevallen. Ook pleitten we voor invoer van het Rechtsvermoeden, het schrappen van het verwarrende ‘verduidelijkingsdeel’ van de VBAR en duidelijke criteria voor zelfstandig ondernemerschap in te voeren. We benadrukten dat zelfstandig ondernemerschap een volwaardige en bewuste werkvorm moet blijven.
Zorgen worden serieus genomen
De minister en staatssecretaris hebben in hun gezamenlijke brief erkend dat er sprake is van impact door de handhaving op de markt en zij nemen de aangereikte zorgen serieus. Daarom is de ‘zachte landing’ gedeeltelijk verlengd en is het Handhavingsplan Arbeidsrelaties 2026 door de fiscus aangepast. Men juicht toe dat veel organisaties hun werkwijze inmiddels hebben aangepast en die zullen ook in de komende tijd worden ondersteund via voorlichting en communicatie.
Nieuwe kabinet is aan zet
Tegelijkertijd vindt men dat schijnzelfstandigheid moet worden aangepakt en dat duidelijk moet zijn wanneer iemand werknemer is en wanneer echt zelfstandig. Maar over nieuwe wetgeving (Vbar) neemt het demissionaire kabinet geen beslissingen meer, dat laten zij aan het nieuwe kabinet over. (Intussen is bekend dat in het Coalitieakkoord staat opgenomen dat alleen het Rechtsvermoeden uit de Vbar wordt ingevoerd, samen met sectorale rechtsvermoedens en een toetsingscommissie, naast het verdere uitwerken van de Zelfstandigenwet.) Tot die tijd zal handhaving risicogericht plaatsvinden in alle sectoren.
Kabinet benadrukt: wél ruimte voor zelfstandigen
Het demissionaire kabinet benadrukt in communicatie, Kamerbrieven en gesprekken in het land de meerwaarde van zelfstandig ondernemers voor de economie en maakt duidelijk hoe er wél met en als zelfstandigen kan worden gewerkt. Daarnaast onderschrijft het kabinet het doel van de initiatiefnemers van de Zelfstandigenwet: meer rust en zekerheid voor zowel zelfstandigen en opdrachtgevers, als werknemers en werkgevers. Daaruit blijkt de bereidheid om te blijven zoeken naar werkbare vormen om met zelfstandigen te werken, in plaats van te vervallen in onnodige terughoudendheid. Dat is mooi, maar met een nieuw kabinet op komst telt vooral wat er nu gaat gebeuren. Geen nieuwe onduidelijkheden, geen nieuwe onrust: de markt heeft duidelijkheid nodig. De komende tijd is er dus nog veel werk te doen en daar blijven wij vol op zitten.