Het vrijdag gepresenteerde coalitieakkoord markeert een fundamentele koerswijziging in het beleid voor zelfstandigen. De omstreden VBAR wordt definitief opgebroken en zelfstandigen krijgen een eigen wettelijke basis in de vorm van de Zelfstandigenwet. VZN-voorzitter Connie Maathuis ziet uit naar het eind van een periode vol juridische onzekerheid en maatschappelijke discussie: “Dit is geen detailwijziging, maar een principiële keuze. De politiek erkent eindelijk dat schijnzelfstandigheid moet worden bestreden zonder het zelfstandig ondernemerschap kapot te reguleren.”
Resultaat van constructieve belangenbehartiging
De afspraken in het akkoord sluiten nauw aan bij voorstellen die VZN de afgelopen jaren steeds op tafel heeft gelegd. Zo wordt de VBAR niet in zijn geheel ingevoerd, maar opgeknipt. Het deel dat ziet op de bescherming van hen die bescherming nodig hebben, krijgt vorm door een rechtsvermoeden van werknemerschap bij lagere tarieven. Het deel dat als verduidelijking bedoeld was maar juist onduidelijkheid en onzekerheid tot gevolg had, maakt plaats voor een afzonderlijke Zelfstandigenwet. Maathuis: “Wij hebben steeds gezegd: breng structuur aan door de ‘R’ los te koppelen van de beoordeling van ondernemerschap. Nu ontstaat er eindelijk ruimte voor helder en uitvoerbaar beleid.”
Rechtsvermoeden als effectief instrument
VZN onderschrijft de invoering van het rechtsvermoeden van werknemerschap als noodzakelijk en effectief middel tegen echte schijnzelfstandigheid. Het instrument sluit aan bij Europese verplichtingen en verschuift de bewijslast naar waar die hoort, zonder opdrachtgevers en zelfstandigen in een grijs gebied vol onzekerheden te duwen. “Dit is precies de balans waar we zo lang voor hebben gepleit: stevig optreden waar misstanden zijn en rust en duidelijkheid creëren voor mensen die bewust en zelfstandig ondernemen.”
Zelfstandigenwet biedt kans op werkbare oplossingen
Met de aankondiging van een aparte Zelfstandigenwet kiest het kabinet voor een structurele oplossing met toetsbare criteria en praktische instrumenten. Over de exacte invulling van de Zelfstandigenwet moet zeker nog het nodige worden besproken. “Maar de erkenning dat zelfstandigen een eigen positie in het recht verdienen is misschien wel de grootste winst te noemen”, stelt Maathuis.
BAZ: keuzevrijheid blijft uitgangspunt
Ook de voorzetting van de Basisverzekering Arbeidsongeschiktheid Zelfstandigen (BAZ) met een opt-out mogelijkheid past volgens VZN in die lijn. Met het recente advies van de Raad van State in het achterhoofd blijft de vereniging alert op de verdere uitwerking, maar ziet bevestigd dat keuzevrijheid voor zelfstandigen overeind blijft.
Geen sectorale uitsluiting van zelfstandigen
VZN begrijpt de wens om in sectoren als zorg en onderwijs te investeren in goede arbeidsvoorwaarden en stabiele teams, maar waarschuwt dat deze inzet niet mag doorslaan in het beperken van legitiem zelfstandig ondernemerschap. Juist in sectoren met structurele tekorten leveren zelfstandigen een onmisbare bijdrage. Beleidsmaatregelen die zelfstandig ondernemerschap sectorgewijs ontmoedigen verzwakken de arbeidsmarkt in plaats van deze te versterken. “Vast en zelfstandig werk zijn geen vijanden”, benadrukt Maathuis. “Goed beleid zorgt ervoor dat beide vormen naast elkaar kunnen bestaan, juist ook daar waar de samenleving dat het hardst nodig heeft.”
Samen verder
VZN spreekt waardering uit voor de ingezette koers en staat klaar om samen met het nieuwe kabinet, het parlement en uitvoeringsorganisaties te werken aan een zorgvuldige uitwerking. “Dit akkoord laat zien dat volhouden loont”, aldus Connie Maathuis. “Nu is het zaak om deze richting vast te houden en om te zetten in werkbare wetgeving, voor de zelfstandigen én hun opdrachtgevers.”